|
Petities TEGEN de kilometer heffing (tot april 2007).
|
|
Datum: Fri 30 September 2022
Door: Martin Visser
De gemiddelde Nederlander gaat flink profiteren van het prijsplafond op energie. Maar het voordeel is niet zo groot als het ministerie van Financiën voorspiegelt. Ook duwt het prijsplafond de inflatie omlaag, van 5,1% in 2023 naar 3,4%. Een voordeel voor een gemiddeld gezin van €1600.
"Nog niet alle details van het prijsplafond voor energie zijn bekend", zegt Rabo-econoom Michiel van der Veen. Toch is hij al flink aan het rekenen geslagen met de plannen zoals die nu bekend zijn. De econoom gaat ervan uit dat de maximumprijs voor gas en elektriciteit geldt voor de totale tarieven, dus het variabele tarief plus alle vaste kosten. "Dat wil het ministerie nog steeds niet bevestigen", aldus zijn collega Hugo Erken. "Het plafond zou in theorie ook alleen voor dat variabele tarief kunnen gelden, maar dat lijkt ons niet aannemelijk."
Onder voorbehoud van de aannames die de Rabo-economen moesten maken, gaan ze ervan uit dat een gemiddeld huishouden komend jaar €1600 minder aan energie kwijt is dan zonder dat prijsplafond. "Als het kabinet alleen de lagere energiebelasting had doorgezet dan was de gemiddelde energierekening €4600 per jaar geworden", zo schat Van der Veen in. "Nu wordt die lagere energiebelasting ingeruild voor een plafond op de prijzen en dan blijft er een gemiddelde rekening van €3000 over."
Het ministerie van Financiën meldde op Prinsjesdag dat huishoudens een gemiddeld voordeel van €2280 zouden hebben. De Rabo-economen komen lager uit. Als de gasprijzen komend jaar harder oplopen dan nu verwacht loopt dat voordeel alsnog op. Dat geldt ook voor de kostenpost die deze maatregel voor de staatskas is. "Wij gaan er vanuit dat dit de overheid €12,5 miljard kost", zegt Erken. "En daarbij gaan we uit van een milde winter. Omdat dit een openeinderegeling voor de overheid is, kunnen die kosten nog verder oplopen." Dit wordt deels betaald van de €5,4 miljard die een lagere energiebelasting anders zou hebben gekost.
Het Centraal Planbureau (CPB) heeft nog niet berekend wat het effect van het prijsplafond op de inflatie is. In de raming van de rekenmeesters wordt uitgegaan van een inflatie van 2,6% in 2023. De economen van de Rabobank denken dat Nederland komend jaar last zal hebben van een beduidend hogere inflatie. Zonder effect van het prijsplafond komt de Rabo (volgens de Nederlandse definitie, cpi) uit op 5,1%, bijna het dubbele van de verwachting van het CPB.
Van der Veen: "Wij schatten dat de inflatie 1,7 procentpunt lager uitpakt door het prijsplafond en uitkomt op 3,4% volgend jaar." Daarmee is zelfs de inflatieraming inclusief dat dempende effect van de energiemaatregelen nog hoger dan die van het CPB zónder het prijsplafond.
De Rabo-economen zijn duidelijk minder optimistisch over de prijsontwikkeling. Erken: "Wij gaan ervan uit dat de prijs van voedingsmiddelen tot volgend jaar september blijft stijgen. Pas dan zet daar een prijsdaling in. Blijkbaar gaat het CPB al veel eerder van die prijsdaling uit."
Ook rekent Rabo op een hogere kerninflatie, inflatie geschoond van energie en voeding. "De hoge energiekosten vertalen zich met vertraging door in duurdere kleding, schoenen, meubels en elektronica", aldus Erken. Van der Veen: "Door aantrekkende lonen worden ook arbeidsintensieve diensten duurder."
Een hogere inflatie zet de koopkracht verder onder druk dan uit de formele Prinsjesdag-stukken blijkt. Toch moet dit volgens Erken geen reden zijn om nog meer compensatie te bieden. "De overheid zou juist heel voorzichtig moeten zijn met ruimer fiscaal beleid. Want op deze manier wordt de inflatie alleen maar verder aangejaagd. Het risico bestaat dat we een langdurige bestedingsinflatie uitlokken."
De econoom vraagt zich af of het kabinet niet te veel koopkrachtondersteuning geeft: "Je wil niemand in de kou laten zitten maar misschien was het prijsplafond alleen al wel genoeg geweest."
Bron: Telegraaf