|
Petities TEGEN de kilometer heffing (tot april 2007).
|
|
Datum: Sat 27 May 2023
Door: Martin Visser
Het liefst zou onze overheid door de brievenbus gluren om te zien of we wel goed, gezond en duurzaam leven. Dat beeld schetst bestuurskundige Paul Frissen. Hij hekelt de bemoeienis van de staat 'op microniveau' met de burgers. Dat gaat van gezondheid tot opvoeding, van stikstof tot klimaat. Steeds weten Haagse beleidsmakers wat het beste is voor de mensen: "In vrijwel alle overheidsprogramma's zit stiekem het D66-wereldbeeld verborgen."
Wil je de typisch Nederlandse volksaard met eigen ogen zien? "Land op Schiphol en kijk goed uit het raampje", zegt bestuurskundige Paul Frissen (67). Dan zie je een keurig aangeharkt land.
"Dat is nou niet een samenleving waarvan je zegt: wat een chaos hier. Elke vierkante centimeter is geregeld."
Wie wel eens op Zaventem, Brussel, is geland, weet hoe groot de verschillen zijn met onze zuiderburen. Daar zie je een lappendeken, schots en scheef, met lintbebouwing en weinig structuur.
"Bij ruimtelijke ordening en volkshuisvesting zijn ze al snel bang voor Belgische toestanden. Maar daar mogen mensen wel hun eigen huis bouwen."
Frissen, bestuursvoorzitter van de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur in Den Haag en emeritus hoogleraar bestuurskunde aan Tilburg University, is razend geïnteresseerd in die typisch Nederlandse aanpak.
Boek na boek schrijft hij over 'de Staat'. De manier waarop de Nederlandse overheid ons leven regelt. "Tot in de haarvaten van de samenleving is dit een door en door gereguleerd land", stelt hij.
In zijn nieuwste boek De integrale staat fileert hij die toenemende bemoeizucht. Want de keurige ordening door de overheid kan wel typisch Nederlands zijn, volgens Frissen slaan we zo langzamerhand behoorlijk door.
"De overheid is echt veel te diep in de samenleving gezakt. De afstand tussen politiek en burger is niet te groot, die is veel te klein."
Dat boerenpartij BBB van Caroline van der Plas bij de Provinciale Statenverkiezingen in alle provincies won, noemt hij 'een culminatiemoment'.
Zo zijn er meerdere geweest: eerst met Pim Fortuyn, toen met Geert Wilders, daarna met Thierry Baudet en nu met Van der Plas. Natuurlijk had dat veel te maken met stikstof. Maar: "Stikstof is een symbool."
In die verkiezingsuitslag kwam veel ongenoegen samen, zo is de stellige overtuiging van Frissen. Het is een optelsom, een samenklontering, 'van weerstandsgevoelens, van gevoelens van achterstelling'.
De belangrijkste analyse van Frissen is namelijk dat de overheid totaal is doorgeschoten in haar bemoeienis. Daarbij is de rol van de overheid in de loop der jaren alleen maar groter geworden.
Dat gaat van bemoeienis met de opvoeding via de Centra voor Jeugd en Gezin, tot klimaatambities via allerlei belastingen op zogenaamd slecht gedrag zoals vliegen en vlees eten, tot stimuleren van gezond leven, tot extreme controle bij toeslagen en uitkeringen.
"Al decennialang horen we dat de overheid kleiner moet, dat de overheid moet terugtreden, dat er moet worden geprivatiseerd, dat er moet worden gedecentraliseerd enzovoorts, enzovoorts. De woorden zijn soms anders, maar het streven is steeds hetzelfde."
Er is niets van terechtgekomen, stelt Frissen: "Eigenlijk kun je alleen maar vaststellen dat de rol van de overheid op allerlei terreinen juist gróter is geworden. De hoeveelheid wetgeving is geëxplodeerd. Maar de overheid bemoeit zich vooral ook op microniveau met de burger, tot achter de voordeur."
"In mijn boek heb ik dat genoemd: 'achter de voordeur, onder het bed en tussen de oren' probeert de overheid op allerlei terreinen van ons privébestaan voor te schrijven, te stimuleren, te verplichten, aan te sturen dat wij een bepaald soort gedrag gaan vertonen."
Vanouds is in Nederland het maakbaarheidsdenken al zeer nadrukkelijk aanwezig, legt de bestuurskundige uit. Niet zo vreemd, want Nederland is een geconstrueerd land.
"Als we dit land niet hadden gemaakt, stond het voor de helft onder water. Dus die maakbaarheid heeft een soort ingenieurstraditie in Nederland geproduceerd, die ons ook veel gebracht heeft."
Maar slaan we in die maakbaarheid niet door? Volgens Frissen is dat denken allang niet meer voorbehouden aan linkse partijen.
"Maakbaarheidsdenken is Kamerbreed aanwezig. Niemand kan dat nog relativeren tegenwoordig." Bij elke relletje, bij elke ophef is de reflex: moet de overheid ingrijpen?
Wat Frissen vooral steekt is dat veel beleid wordt gemaakt vanuit de gedachte dat politici en ambtenaren wel weten wat goed voor ons is. Hij ziet dit op tal van terreinen.
"Eén van mijn favoriete onderzoeksobjecten is het consultatiebureau. Toen ik zelf jonge vader was en naar het consultatiebureau ging, toen kreeg je wat advies. Je kind had bijvoorbeeld een rood oogje en bij het consultatiebureau vertelden ze wat je daaraan kon doen."
"Maar nu wordt daar steeds meer gewerkt met vragenlijsten, met allerlei programma's om in preventieve zin op te sporen of er mogelijk het risico van kindermishandeling is. Daardoor wordt er op grote schaal gecontroleerd, geïntervenieerd, met huisbezoeken, er wordt thuis gekeken of daar indicaties voor zijn. Of mensen potentiële kindermishandelaars zijn. Dat gaat wel een aantal stappen te ver."
Op gezondheidsgebied ziet hij hetzelfde: "Er zijn allerlei programma's op het gebied van gezondheidszorg. Tegen overgewicht, om gezond te leven. Daar zit een heel specifiek beeld achter van wat gezondheid is, hoe je je moet gedragen, wat je moet eten, dat je regelmatig aan sport moet doen. Daar is echt sprake van een totalitair gezondheidsbegrip."
Er zijn grote gezondheidsverschillen in Nederland, tussen mensen met goede inkomens en mensen met lage inkomens bijvoorbeeld. Maar hoe ga je die achterstanden te lijf?
"Als je weet dat de meeste gezondheidsachterstanden voortkomen uit sociaal-economische verschillen is het toch raar om tegen mensen aan de onderkant van de samenleving te zeggen: laat dat kratje bier nou staan, rook geen sigaretten meer en ga winkelen in de supermarkt met een q (de nogal dure en duurzame supermarkt Marqt, red.). Als je het echt wilt aanpakken, moet je iets aan die sociaal-economische verhoudingen doen. Maar ja, dat is natuurlijk een stuk moeilijker."
Frissen meent dat er een dominant gezondheidsbeeld achter al dat stimulerend beleid zit. Maar dat hoeft niet het beeld voor alle Nederlanders te zijn.
"Misschien proberen beleidsmakers met de beste bedoelingen mensen gezond te maken. Maar ze hebben wel heel specifieke opvattingen over wat gezondheid is. Wat ze eigenlijk willen is het beeld van mannen zoals ik, in te korte lycra broekjes die door de openbare ruimte lopen te rennen. Dat is het gezondheidsbeeld."
Moet je dat willen, vraagt hij zich grappend af: "Daar is esthetisch heel wat op af te dingen. Hahaha."
Met stikstof en klimaat schiet de politiek helemaal door, meent Frissen. "Onze landbouwsector is het product van decennia extreem succesvol overheidsbeleid. Met een eigen ministerie, een eigen onderzoeksinstituut, een eigen universiteit, met een massief subsidiepakket van Europa tot Nederland."
"Om dat om te bouwen zal de overheid toch echt rekening moeten houden met het feit dat de overheid zélf een dubieuze partij is in het geheel. Dat ze een deel van het probleem zelf heeft geproduceerd. Net zo goed als de Rabobank dat heeft gedaan."
En dus kun je boeren niet ineens dwingen tot zo'n radicale verandering als nu voor het eerst gevraagd wordt. Dat had al veel eerder gemoeten.
Frissen snapt heel goed dat mensen daardoor nu het gevoel krijgen dat er over ze heen gewalst wordt. Dat geldt ook voor de manier waarop de politiek Nederlanders wil dwingen tot gewenst duurzaam gedrag.
Of dat nu gaat om minder vliegen en auto rijden, minder vlees eten of het installeren van een warmtepomp. Frissen hekelt dat 'dwingen' en 'stimuleren' via belastingen.
"Mijn fundamentele bezwaar is dat de suggestie wordt gewekt dat er een overkoepelende waarheid is die onomstreden is, die ook evident en objectief vast te stellen is", zegt hij over de talloze politici, ambtenaren en lokale beleidsmakers die allemaal het duurzaamheidsstreven aan ons opdringen.
"Daarover lijkt geen politieke discussie of debat meer nodig of mogelijk. Het idee is: als we nou allemaal ons gedrag aanpassen aan die doelstellingen van duurzaamheid, dan komt het goed met de wereld."
Als voorbeeld van dat denken noemt hij de klimaatactivisten. "Greta Thunberg heeft het over politici altijd als mensen die bla bla bla doen. Dat is een klassiek anti-parlementaristisch standpunt. Blijkbaar heeft voor haar klimaat zó'n hoge waarde dat het niet meer aan politiek gekissebis onderhevig zou moeten zijn."
Frissen is het er faliekant mee oneens: "Maar dat bla bla bla, dat gekissebis is juist de kérn van politiek. Dat is de kern van onze vrijheid. Als wij vrije burgers willen zijn, betekent dat dus ook dat er over klimaat politieke strijd moet worden gevoerd. En dat daarin alle standpunten in principe legitiem zijn."
Dan komt hij tot een pijnlijke conclusie: de bron van al dat zogenaamd goedbedoelde maar nogal paternalistische overheidsbeleid is een soort eenheidsworst in het denken bij beleidsmakers en ambtenaren.
"Veel beleid wordt gemaakt vanuit een dominant wereldbeeld. Dat is een heel rationalistisch en heel seculier wereldbeeld. Het is een wereldbeeld waarin gezegd wordt dat we via wet- en regelgeving de dingen netjes en fatsoenlijk voor iedereen kunnen regelen. Het is eigenlijk het D66-wereldbeeld dat in vrijwel alle overheidsprogramma's en subsidieregels stiekem verborgen zit."
Voor de goede orde: "D66 is mij zeer dierbaar en ik plaag ze graag met deze opvatting. Maar dat is wél het dominante wereldbeeld van de randstedelijke, goed opgeleide, goed verdienende, verstandig levende en in duurzaamheid gelovende burger die zegt: we weten best dat de rest van de wereld er misschien anders over denkt, maar het is een kwestie van tijd tot zij ook tot de ware redelijkheid zijn gekomen."
Maar wat je daarmee doet, zegt Frissen, is je burgers afserveren als tweederangs. "Wat er nu gebeurt rond klimaat en stikstof en de tegenstand tegen dat beleid, is hetzelfde als wat Hillary Clinton zei over de kiezers van Trump. Die noemde ze de deplorables, de betreurenswaardigen. Dat is wat hier ook gaande is. En van Amerika weten we hoe riskant dat is."
Bron: Telegraaf