|
Petities TEGEN de kilometer heffing (tot april 2007).
|
|
Datum: Wed 16 October 2024
Door: Leon Brandsema
Den Haag - Het zijn steeds vaker werkenden die moeite hebben om rond te komen. Bijna de helft van de mensen die onder de armoedegrens zit, heeft een baan: twee keer zoveel als mensen in de bijstand. Intussen daalt het aantal mensen dat in Nederland in armoede leeft wel snel en blijkt het een stuk lager dan eerder gedacht.
Het zijn steeds vaker werkenden die moeite hebben om rond te komen en in de armoede terecht komen.
De relatieve toename van werkende armen komt doordat de vorige kabinetten hun koopkrachtbeleid meer op mensen in de bijstand hebben gericht en die laatste groep een stabieler inkomen heeft via hun uitkeringen. "Bij mensen met inkomen uit werk is dat minder het geval", zegt Peter Hein van Mulligen van het CBS. Dat ontwikkelde samen met het Nibud en het Sociaal en Cultureel Planbureau de nieuwe armoedegrens.
Die leverde opvallend positief nieuws op. Zo daalt het aantal mensen in armoede al jaren en zijn het er minder dan eerder gedacht. Een jaar geleden was de verwachting dat er in 2023 825.000 mensen onder de armoedegrens zouden leven. Maar volgens de nieuwe rekenmethode gaat het om iets meer dan een half miljoen mensen. Volgens Van Mulligen is er de afgelopen jaren sowieso sprake van 'een constant patroon van dalende armoede'.
Het aantal mensen dat in Nederland in armoede leeft, blijkt een stuk lager te zijn dan in de afgelopen jaren werd gedacht. Door een nieuwe rekenmethode van de armoedegrens, valt het aantal mensen dat daaronder valt ongeveer een derde lager uit dan eerder gedacht.
Niet 825.000, maar 540.000 mensen leefden het afgelopen jaar onder de armoedegrens. Dat is de opmerkelijke uitkomst van een nieuwe methode om armoede in Nederland te berekenen, bedacht door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en budgetinstituut Nibud. Zij hebben nu ook gezamenlijk één armoedegrens ontwikkeld, in plaats van de meerdere verschillende methodes die de afgelopen jaren werden gebruik.
Het grootste verschil is dat de instituten nu ook het vermogen van mensen hebben meegeteld. Iemand die geen inkomen heeft, maar wel voldoende spaargeld om een jaar lang alle vaste basisbehoeften te betalen, wordt niet meer langer als arm gezien. Dat onderscheid is meteen de grootste verklaring voor de gigantische daling van het aantal armen in de nieuwe methode.
"Het vermoeden is vooral dat het een rol speelt bij zelfstandigen", zegt Van Mulligen over de groep met een laag inkomen, maar een hoger vermogen. Dat kunnen zelfs eigenaren van een bedrijf zijn die fiscaaltechnisch weinig verdienen, maar meer dan voldoende geld op de bank hebben staan. In welke mate het ook gaat om mensen die alsnog snel onder de armoedegrens vallen als hun buffer op is, is niet duidelijk.
De nieuwe, en veel lagere, armoedecijfers geven een ander beeld op een al langer lopende discussie in Den Haag. Nu het Centraal Planbureau (CPB) sinds een paar jaar armoedecijfers en -ramingen presenteert, en de corona- en energiecrisis mensen hard in de portemonnee raakten, is het onderwerp steeds prominenter op de politieke agenda komen staan.
Bestaanszekerheid, of een verondersteld gebrek daaraan, was vorig jaar zelfs een van de belangrijkste thema's tijdens de campagne voor de Tweede Kamerverkiezingen. Dat ging gepaard met flinke kritiek op de afgelopen kabinetten onder leiding van Mark Rutte en de VVD. Maar in werkelijkheid is er de afgelopen jaren 'een constant patroon van dalende armoede', zegt CBS-hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen. Het aantal mensen onder de armoedegrens is in vijf jaar tijd zelfs meer dan gehalveerd.
Daarbij springt in het oog dat vooral mensen in de bijstand de armoede hebben kunnen ontspringen. Het aandeel werkenden onder de armen is in vijf jaar tijd juist met ongeveer een kwart toegenomen. Het gaat vooral om zelfstandigen die een laag uurtarief krijgen en mensen in loondienst die maar weinig uren werken. Die mensen weten ook minder goed hun weg te vinden naar uitkeringen en toeslagen van de overheid dan mensen die al in de bijstand zitten.
De armoede van werkenden is door de jaren heen ook een stuk intenser geworden. Ze verdienden het afgelopen jaar door de bank genomen bijna een kwart minder dan de armoedegrens. Een gemiddelde arme in de bijstand zit daar maar iets meer dan 5 procent onder.
Bron: Telegraaf